| afmelden NCTS en zekerheid |
|
De publicatie van de douane van 3 augustus jl., mbt het moment waarop een aangifte in NCTS wordt afgemeld, heeft de nodige implicaties. Deze zetten wij hier voor u uiteen: NCTS – bericht van zuivering of afhandeling in transit (IE 45) / gevolgen zekerheid Indien de regeling douanevervoer is afgehandeld, ontvangt de aangever op enig moment een bericht van de douane. Via het NCTS-systeem ontvangt de aangever te allen tijde een elektronisch bericht ‘kennisgeving beëindiging regeling douanevervoer’. Dit bericht, het zogenaamde IE 45, was echter geen formeel bericht van zuivering/afhandeling. In sommige situaties moest de ‘echte’ afhandeling van het douanevervoer nog plaatsvinden. De betekenis van het IE 45 was dan beperkt tot het opschonen van de betreffende aangifte uit het NCTS-systeem. Gewijzigd beleid aangifte afmelden in NCTS Met betrekking tot het moment waarop de aangifte in NCTS wordt afgemeld - en daarmee de status van het IE 45 - heeft de douane op 3 augustus jongstleden het volgende gepubliceerd op www.douane.nl: “De Douane heeft besloten, nu ook de invorderingsprocedure in NCTS/Transit is opgenomen, om de afmelding van een aangifte in het NCTS-systeem/Transit uiterlijk te verrichten nadat de Uitnodiging Tot Betaling (UTB) is afgehandeld (mogelijk na bezwaar). Tot op heden werd uiterlijk afgemeld 14 dagen na het opleggen van de UTB.” Door dit besluit betekent het ontvangen van een IE 45 ook daadwerkelijk dat de regeling douanevervoer is gezuiverd of volledig is afgehandeld. Voorheen was dit namelijk niet het geval. Zo ontving de aangever veertien dagen na het opleggen van een UTB (uitnodiging tot betaling) het IE 45 bericht. Hiermee werd de regeling uit het NCTS gehaald, maar moest de verdere afhandeling (bijvoorbeeld betaling van de UTB of de bezwaarprocedure) nog plaatsvinden. De stelregel was; indien tussentijds een schriftelijke communicatie was ontvangen dan gebeurde de ‘echte’ afhandeling ook schriftelijk. Een geautomatiseerde monitoring voor aangevers was hierdoor niet mogelijk. Doordat het IE 45 pas verstuurd wordt op het moment dat de regeling is gezuiverd of volledig is afgehandeld, biedt dit de aangevers meer inzicht in de actuele status en de openstaande zendingen. Gevolgen voor het referentiebedrag / de zekerheid Het later versturen van het IE 45 heeft mogelijk ook gevolgen voor het referentiebedrag en daarmee de te stellen zekerheid. Het referentiebedrag is voor de aangever douanevervoer van belang voor het vaststellen van de hoogte van de (doorlopende) zekerheid. Middels het Guarantee Management System (GMS) kan er door de douane een bewaking plaatsvinden van het beschikbare referentiebedrag en of er dus voldoende zekerheid is gesteld. Na de invoering van het GMS in oktober 2005 hebben zich echter allerlei problemen voorgedaan. In samenspraak met het bedrijfsleven heeft het ministerie van Financiën diverse maatregelen genomen en afspraken gemaakt om de problemen te ondervangen. Eén van deze maatregelen is het (tijdelijk) ophogen van het referentiebedrag van aangevers met een fictief bedrag (namelijk 1 miljard euro per aangever). Dit voorkomt dat bij het overschrijden van het referentiebedrag in het systeem de zending niet wordt vrijgegeven. Doordat het bedrijfsleven (nog) beschikt over deze kunstmatige ophoging zullen onderstaande gevolgen niet direct merkbaar zijn. Echter, de kunstmatige ophoging wordt per 31 januari 2010 afgeschaft. Gevolgen voor de hoogte van het referentiebedrag / zekerheid Het referentiebedrag wordt afgeboekt op het moment dat de wegvoering wordt verkregen (IE 29) en weer bijgeboekt zodra de goederen voor aankomst worden gemeld (IE 06, dit bericht wordt door aangevers niet ontvangen) of bij een onregelmatigheid zodra het IE 45 wordt ontvangen. Met het nieuwe beleid zal, afhankelijk van de situatie, het IE 45 en dus de bijboeking op een later moment plaatsvinden. Dit kan betekenen dat aangevers een ruimere ‘buffer’ moeten hanteren bij het vaststellen van de hoogte van het referentiebedrag/ zekerheid. Een reeds bestaand knelpunt waardoor het vervoer onnodig lang open blijft staan en waarop de aangever geen of weinig invloed heeft, is het slecht afmelden door verschillende (binnen- en buitenlandse) Douanekantoren van Bestemming of Toegelaten Geadresseerden. FENEX heeft aangegeven dit punt onder de aandacht te blijven brengen van de douane, onder meer in het kader van afschaffen van de kunstmatige ophoging. Met de nieuwe nasporingsprocedure is het wel de bedoeling dat dergelijke problemen sneller worden opgelost. In dit verband is het van belang dat aangevers in de nasporingsprocedure voldoende informatie aandragen (bijvoorbeeld melden dat een afgetekende CMR, TC 11, etc. aanwezig is). Doorlopen van vervoerszekerheid in bezwaar en bij overdracht aan andere lidstaat Een andere wijziging ten opzichte van de oude situatie betreft de bezwaarfase. Tot voorkort werd het IE 45 ontvangen veertien dagen na oplegging van de UTB. Daarmee werd de zekerheid ook weer bijgeboekt en hoefde er geen (aparte) zekerheid te worden gesteld voor de bezwaarprocedure. Met dit nieuwe beleid loopt de vervoerszekerheid echter door tot het moment dat het bezwaar in zijn geheel is afgerond. Dit vormt een extra last op het referentiebedrag/de zekerheid. Voorgaande is tevens van toepassing indien de invordering aan een andere lidstaat is overgedragen. FENEX zal de douane vragen naar de achtergrond en de wenselijkheid van deze gevolgen. Verschillende scenario’s inzake de afhandeling douanevervoer Hieronder wordt een aantal scenario’s beschreven waarbij het nieuwe beleid nader wordt toegelicht. 1. Correcte beëindiging regeling douanevervoer (niet in de nasporing) 2. Afhandeling wanneer de aangifte wordt gezuiverd (nasporing) – wel aankomst Doordat de aankomstmelding heeft plaatsgevonden (IE 06), wordt het referentiebedrag weer bijgeboekt. Ondanks herhaaldelijk verzoek van FENEX aan de douane wordt het IE 06 bericht door aangevers niet ontvangen. Een volledige bewaking van het referentiebedrag via het eigen systeem is hierdoor niet mogelijk. Sinds december 2007 is de functionaliteit “query zekerheid” geïmplementeerd binnen NCTS. Met deze functie kunnen aangevers inzicht verkrijgen in de actuele stand (totaal bedrag) van het nog te gebruiken referentiebedrag (IE 34/IE 37). Als de aangifte wordt gezuiverd door een bericht van de douane of door overlegging van een alternatief bewijs, dan wordt de aangifte direct afgehandeld. De aangever krijgt dan elektronisch het IE 45. Met de komst van de nieuwe nasporingsprocedure per 1 juli 2009 ontvangt de aangever geen schriftelijke “mededeling Zuivering". 3. Afhandeling wanneer de aangifte wordt gezuiverd (nasporing) – geen aankomst Door het uitblijven van de aankomstmelding (IE 06), blijft het referentiebedrag afgeboekt. Bijboeking vindt pas plaats met de ontvangst van het IE 45. Als de aangifte wordt gezuiverd door een bericht van de douane of door overlegging van een alternatief bewijs, dan wordt de aangifte direct afgehandeld. De aangever krijgt dan elektronisch het IE 45. Met de komst van de nieuwe nasporingsprocedure per 1 juli 2009 ontvangt de aangever geen schriftelijke “mededeling Zuivering". 4. Afhandeling na verzenden Uitnodiging tot betaling (niet in bezwaar) Voorheen werd de aangifte veertien dagen na verzending van de Uitnodiging tot betaling in het NCTS-systeem afgehandeld, middels het IE 45. Met dit bericht werd het referentiebedrag vervolgens weer bijgeboekt. Per 3 augustus jongstleden wordt het IE 45 pas verstuurd nadat de aangever heeft betaald en deze is verwerkt. Het moment van betaling (snelheid) heeft dus gevolgen voor de eventuele bijboeking van het referentiebedrag. 5. Afhandeling na bezwaar Indien de aangever het niet eens is met de UTB zal hij in bezwaar gaan. Pas op het moment dat de bezwaarprocedure is afgerond (bijvoorbeeld alsnog gezuiverd of betaald) wordt het IE 45 verstuurd. Voor het referentiebedrag/de zekerheid kan dit betekenen dat de bijboeking op een (veel) later moment plaatsvindt. Voorheen werd er geen (aparte) zekerheid gesteld voor de bezwaarfase. De vervoerszekerheid werd veertien dagen na het opleggen van de UTB bijgeboekt en kon worden gebruikt voor nieuwe aangiften. In de nieuwe situatie loopt de vervoerszekerheid echter door. 6. Afhandeling bij overdracht aan een andere lidstaat In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat de aankomstmelding niet is verricht door het kantoor van Bestemming of de Toegelaten Geadresseerde. Indien de aankomstmelding wel was verricht, zou het referentiebedrag al eerder (met het IE 06) zijn bijgeboekt. Voorheen werd er eerst handmatig een brief aan de aangever verzonden waarin stond vermeld dat de bevoegdheid tot invordering aan een andere lidstaat is overgedragen. Vervolgens werd de aangifte veertien dagen na verzending van die brief in het NCTS-systeem beëindigd, waarna de aangever via het NCTS-systeem het IE 45 ontving. Ook in de nieuwe situatie ontvangt de aangever een brief met betrekking tot de overdracht, echter het IE 45 wordt pas verstuurd nadat de regeling in de andere lidstaat is afgewikkeld. Voor het referentiebedrag/de zekerheid kan dit betekenen dat de bijboeking op een (veel) later moment plaatsvindt. Bronnen: www.douane.nl; Fenex |

